Het Archief van het Bedrijf D. van Baarsen

Hoofdstuk 2 De Van Baarsen Groep

Voetnoot 1. Ook de Internationals werden geleverd door H. Englebert NV, te Voorschoten.

Voetnoot 2. Vogel vaart een eigen koers: het bedrijf had al in oktober 1966 zuig/persinstallaties van Duitse makelij aangeschaft en was van plan er in de nabije toekomst nog eens 20 aan te schaffen voor ƒ 100.000 per stuk. Althans dat meldt de Noord-Amsterdammer van 7 oktober 1966.

Voetnoot 3. De afzet van kalkmortel in Amsterdam is geregeld door een quoteringsovereenkomst binnen de Kalkmortelcombinatie Amsterdam, i.e. de ABO en de EAKB. Ook in Haarlem en omgeving kent een Kalkmortelcombinatie. Met andere woorden, ook de markt voor kalkmortel is wegens overcapaciteit en om de concurrentie te beperken grotendeels gereguleerd.

Voetnoot 4. Het Centraal Zand- en Grintbedrijf (CZGB) is een concurrent waar in het algemeen goede relaties mee bestaan.

Voetnoot 5. Al snel zou blijken dat de Hollerith apparatuur te kort schiet en de CZGB gaat in 1967 over op een computer. Van Baarsen lift mee en laat de administratie van kas, bank, giro, inkoop, verkoop en magazijn over deze computer lopen, zo blijkt uit het “Rapport inzake de in te voeren mechanische administratie” en de bespreking daarover op 30 november 1967.

Voetnoot 6. André Volten (1925-2002) woonde en werkte in het voormalige poortgebouw van Asterdorp in de Buiksloterham in Noord. Aanvankelijk werkte André als lasser bij de NDSM. Later  ontwikkelde hij zich tot beeldhouwer van non-figuratieve en monumentale werken. Eén van zijn bekendste werken is De Knoop. Dat werk staat nu op de Distelweg aan de Noordelijke IJ-oever tussen NDSM werf en de Tolhuispont.

Voetnoot 7. Norbert Olthuis werd in 1925 geboren in Hengelo en kwam na de oorlog in 1945 naar Amsterdam. Na de voltooiing van zijn eerste tekenopleiding aan de Kunstnijverheidsschool, maakt hij een klassieke ‘Grand Tour’. Er zouden nog vele reizen volgen. In 1961 betrok hij een atelier aan de Lauriergracht. Tot zijn 58e doceerde hij aan de Rijksacademie. Hij werd door zijn studenten gedragen. “Norbert was in veel opzichten een uitzonderlijk figuur, de verpersoonlijking van de totale versmelting van kunst en leven.” Zie, Norbert Olthuis, tekenaar schilder, Uli Meisenheimer, Parijs, 2013.

Voetnoot 8. “Daan Hartwigsen woonde in Durgerdam en kwam altijd lopend naar zijn werk. Dat was zo rond 1933, het was allemaal zo anders dan nu, zo simpel. Bij hem konden we altijd binnen komen, in de loods waren we altijd welkom. Hij was scheepstimmerman geweest op de grote vaart en kon ook zo mooi vertellen, zo interessant voor ons. Hij was een vakman, kon ook alles, maakte of repareerde de houten kruiwagens, er waren nog geen stalen kruiwagens. Een keer heeft hij een houten mast gemaakt, voor een tjalk. Stel je voor, een balk van 35 x 35 cm met een lengte van 12 meter, op 2 jukken gelegd van 60 cm hoog. Het onderste deel van de mast bleef vierkant, een kleine meter, op de rest werden wat lijnen getekend en daarna werd de hele mast eerst achthoekig en daarna rond gemaakt. Het uiteinde moest taps toe lopen, tot een scherpe punt, waar dan later iets op werd gemaakt waar de vlag of wimpel aan kwam te wapperen. Het grove werk deed hij met een zware bijl, daarna gebruikte hij een dissel, dan verder met een haalmes en tot slot met een schaaf en met schuurpapier. Een hele klus, geweldig voor ons om dit te zien.” Uit Levensgeschiedenis Jaap van Baarsen, door Jaap van Baarsen Jzn, 2013, p 46

Voetnoot 9. Piet Dekker was vanouds de kraanmachinist van Halfweg. Hij zou later met zijn twee dochters in een woonwagen op het terrein komen te wonen.

Voetnoot 10. In de Noord-Amsterdammer verscheen nog een ingezonden brief. Twee lezers geven aan dat ook Bas van Baarsen wordt vermeld in de oprichtingsakte van de NV Grint- en Zandhandel, terwijl Bas in het hele jubileum verhaal niet meer voorkomt. Oom Willem deelt desgevraagd mee dat “zijn oom Bas inderdaad in 1917 bij de zaak is gekomen, maar dat niettemin Daniël van Baarsen toch als de grondlegger gezien moet worden”.

Voetnoot 11. Beide scheepsmodellen zijn in privé eigendom ontvangen, maar later ter beschikking gesteld aan de NV.

Voetnoot 12. Wel wordt geprobeerd om voor de andere Van Baarsens die in de zaak werken een pensioenregeling te treffen. De accountant stelt een brief op aan de Minister van Sociale Zaken om hiervoor een vrijstelling van de Pensioen- en Spaarfondsenwet aan te vragen. De vrijstelling wordt niet gegeven.

Voetnoot 13. Die uitspraak brengt een eind aan een langdurend conflict rond de leverantie van betonmortel aan het werk Cobijt (Combinatie Bouw IJ Tunnel). Vogel beweerde dat hij daar buiten was gehouden en dat Van Baarsen onder één hoedje speelde met de Vereniging van Betonmortelfabrikanten van Amsterdam. Van Baarsen ontkende en beweerde dat Vogel niet mee wilde doen. Van Baarsen wordt in het gelijk gesteld. Raad van Arbitrage, scheidsrechterlijk vonnis, 28 februari 1967.

Voetnoot 14. Smit schrijft in een brief van 5 juni 1967: “Een bedrijf is, ook wanneer dit familiebezit is, een zakelijke aangelegenheid en het is uiteraard steeds mogelijk, dat bij belanghebbenden ten aanzien van de wijze van zaken doen en het nemen van bepaalde beslissingen, verschil van inzicht ontstaat. Is dit het geval, dan dient de keuze tussen beider standpunt door zakelijke overwegingen te worden bepaald en mag daarbij persoonlijke voorkeur of persoonlijk belang geen rol spelen… Dit is in elke N.V. het geval, doch dit levert bij open vennootschappen geen moeilijkheden op, omdat de minderheidsgroep niet in overwegende mate bij de bedrijfsuitoefening is betrokken en zich te allen tijde van haar aandelenbezit kan ontdoen. Bij een familievennootschap is dit anders, omdat het familiekapitaal in het bedrijf is belegd, de aandelen niet verhandelbaar zijn en beide groepen, zowel door het familieverband als zakelijk, vast aan elkaar zijn geklonken. Zou in een dergelijke vennootschap de ene groep de andere groep kunnen overheersen, dan ontstaat daardoor een zakelijke controverse en wordt, naar de ervaring leert, ook de familieverhouding vertroebeld. Beide moet worden voorkomen; zeker in die gevallen, waarin het minderheidsbelang zo groot is, dat het een aanzienlijk vermogen vertegenwoordigt, zoals bij U beiden het geval is.

Voetnoot 15. Binnen de familie van oom Willem heeft het oprichten van een administratiekantoor toch nog wat voeten in de aarde. Vanaf najaar 1967 bespreekt oom Willem opnieuw de toekomstige vererving met zijn kinderen. De oprichting van een Administratiekantoor lijkt de enige weg om te voorkomen dat verschillen in inzicht het voortbestaan van de onderneming in gevaar brengen. Maar hoe wordt de opvolging van de bestuurder van het Administratiekantoor geregeld, heeft het Administratiekantoor de plicht om dividend uit te keren en hoe worden de successierechten betaald? Deze vragen worden in de loop van 1968 beantwoord en de rust keert weer terug.

Voetnoot 16. De Grint- en Zandhandel zal de uitvoering van de lopende orders overnemen. In juni 1967 nog bezoeken Daan Nzn. en Ton Egas het bedrijf. Misschien willen zij het bedrijf overnemen. Van Baarsen vraagt 1.3 mln. maar Van Baarsen – Egas gaat er niet op in. Piet’s jongste broer, Willem, verblijft in de zomer nog een paar dagen op het bedrijf om materiaal te verzamelen voor het schrijven van een scriptie over het voor- en nacalculeren in de betonwarenindustrie. Hij beschrijft in september in een emotionele brief aan zijn broer Piet de omstandigheden waaronder geproduceerd wordt: “deplorabel”. Hij stelt voor in de komende aandeelhoudersvergadering een “commissie” te benoemen die de problemen te lijf gaat. Maar Piet weet dat er geen beginnen meer aan is. En laat het daar maar bij. Het besluit om te sluiten was nog niet openbaar gemaakt.

Voetnoot 17. Op 17 november is er een eerste contact met een potentiële koper: Feenstra. Deze firma biedt ƒ 1,0 mln. voor grond met opstallen. Maar bij navraag bij de burgemeester van Geertruidenberg laat deze (ten onrechte) weten dat de grond bestemd is voor woningbouw. Feenstra haakt onmiddellijk af, ook al wordt het bericht later ontzenuwd.

Voetnoot 18. Had het anders gekund? Was er te weinig aandacht? De achterstand ten opzichte van de concurrentie was de laatste jaren wel erg opgelopen. De betonwarenindustrie in Nederland had een geweldige groei doorgemaakt sinds de jaren ’50 (325% groei in omzet in periode 1954 – 1965) en die groei ging gepaard met efficiencyverbetering en schaalvergroting. Grootschalige woningbouw stelde eisen aan een perfecte toelevering van geprefabriceerde bouwelementen. De achterstand in de vooropleiding van het personeel, het gebrekkige toezicht, een ouderwetse beloningsstructuur met een tariefstelsel en onvoldoende inzicht in de opbouw van de kostprijs alsmede het ontbreken van een goede voor- en nacalculatie verdroegen zich steeds minder met de eisen van een moderne industrie.

Voetnoot 19. In augustus 1968 krijgen de aandeelhouders de jaarstukken van 1967 toegestuurd, met de mededeling dat de AvA later wordt gehouden. De directie is nog bezig is met de verkoop van terrein en opstallen en het komt beter uit om straks een vergadering te houden waarin de liquidatiebalans wordt aangeboden.

Voetnoot 20. In 1969 zal DATO nog kiezen voor een nieuwe organisatievorm, waarbij door het hoofdkantoor in Amsterdam een afzonderlijke productie- en een afzonderlijke verkooptak in het leven geroepen wordt. Er komt een nieuwe naam voor het concern: DATO Beheer. DATO Vloeren wordt een merknaam. Ton wordt directeur DATO Vloeren. DATO Vloeren wordt de norm. Concurrenten zoals Kwaaitaal (Rotterdam) en Omnia (Breda) konden de kwaliteit niet leveren die DATO Vloeren leverde. Beide bedrijven hadden geen drooginstallaties en stopten anti-vries in hun blokken. Architecten namen in hun bestek op: “DATO Vloeren of gelijkwaardig“.

Voetnoot 21. Deze keer stelt Van Baarsen – Egas de voorwaarde dat zij tot aankoop van aandelen overgaan als de overeenkomst niet naar behoren wordt uitgevoerd. De accountant maakt de notulen van de te houden aandeelhoudersvergadering al vast in concept op. De rekening-courant financiering van de NV Grint- en Zandhandel v/h D. van Baarsen aan de Van Baarsen Dakplaten- en Betonwarenfabriek NV is inmiddels opgelopen tot 1,3 mln. Het idee is dat die vordering voor ƒ 700.000 wordt omgezet in aandelen. Hierdoor zou het geplaatste aandelenkapitaal van ƒ 300.000 worden vergroot tot ƒ 1 mln. De Grint- en Zandhandel houdt dan nog een vordering over van ƒ 600.000. De huidige aandeelhouders moeten hier uiteraard wel akkoord mee kunnen gaan. Het aandelenkapitaal verwatert weliswaar, maar daar staat tegenover dat het bedrijf weer gaat produceren. Maar de ‘deal’ gaat niet door.

Voetnoot 22. De uitvoering van de overeenkomst heeft tot gevolg dat Verheul zijn leverantie aan Van Baarsen – Egas misloopt en de Silexkorting claimt bij Van Baarsen. Via arbitrage wordt de zaak later gesust.

Voetnoot 23. Het bijzondere van de installatie was de lopende band die hydraulisch werd aangedreven; de oliepomp stond beneden in het ruim.

Voetnoot 24. Gekozen is voor een Vögele menginstallatie, in de handel gebracht door Orenstein en Koppel te Amsterdam. De installatie is uitgerust met een dwangmenger. De toeslagstoffen worden opgeslagen in aparte silo’s. De dosering van de materialen in de weegbunker die centraal onder de ontvangtrechter is geplaatst, vindt plaats met doseer-kleppen. Toevoer van alle stoffen loopt gescheiden tot de menger. De weging geschiedt elektromechanisch. Opeenhoping van cement in de silo of de weegbunker is door een speciale voorziening uitgesloten.

Voetnoot 25. Oom Willem heeft inmiddels een flat betrokken aan de Jisperveldstraat, Amsterdam Noord. Het gezin van Daan Wzn. woont tijdelijk op de Kanaaldijk 15A.

Voetnoot 26. Cementsilo’s worden in die tijd groter en groter. Mede veroorzaakt door de bulkaanvoer over het water; een schip kon al gauw 100, 120, 160 ton vervoeren. De schepen hadden vaak een directe verbinding met de Hoogovens.

Voetnoot 27. Het was aanvankelijk de bedoeling een kantoor te bouwen met één verdieping. Ton Egas kwam met het idee er een tweede verdieping op te bouwen. De geringe meerkosten zouden ruim opwegen tegen de te verwachte huuropbrengsten.

Voetnoot 28. Voor de pauze wordt de film “Merck toch hoe Sterck” (Munofilm, Amsterdam, 1963) vertoont. De film is vervaardigd in opdracht van de Nederlandse cementindustrie en dient als bijdrage tot verbetering van het inzicht in de betontechnologie. Na de pauze – en daar is het voor het merendeel van de aanwezigen om te doen – is er een forumdiscussie.

Voetnoot 29. Cobouw, Voorlichting Amsterdamse betonmortelcentrales, 20 november 1968.

Voetnoot 30. In Amsterdam heeft de EAKB een aandeel van 50%. Het aandeel van de ABO loopt terug, volgens de EAKB door een geringere kwaliteit. Dat wordt door de ABO bestreden.

Voetnoot 31. De automatisering is nog steeds geen gelopen zaak. Per 1 januari 1970 gaat de computer van de CZGB te Haarlem over van een IBM computer op een Honeywell apparaat en dat betekent voor Ton van Broekhoven opnieuw cursus en herprogrammering. Een heidense klus. Maar er is geen weg terug en een eigen computer rendeert niet.

Voetnoot 32. Dit citaat is afkomstig uit het Jaarverslag van de Van Baarsen Groep 1969, februari 1970. Eigenlijk een “Sociaal Jaarverslag”, maar zo werd het niet genoemd. Dit ter onderscheiding van het accountantsverslag. Piet spande zich in om elk jaar zo’n Jaarverslag samen te stellen. Wel wat merkwaardig overigens om als directie een dergelijke hartenkreet in het Jaarverslag op te nemen.

Voetnoot 33. Aangenomen Werk en de Asbestcement Montage rekenen we hier gemakshalve onder handel. De marges liggen hier weliswaar veel hoger (bijna 30%, resp. 40%) dan in de handel, maar de omzet is veel kleiner. Een grote klant overigens van de asbestcementprodukten is de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Dit in verband met de grote overkappingen voor stallen en schuren die zich gemakkelijk laten bedekken met golfplaten.

Voetnoot 34. Korlin bestaat uit mijnsteen en Brunsemse klei. Hoewel licht in gewicht, heeft Korlin de druksterkte van grint. Het materiaal is ontwikkeld door de DSM. Van Baarsen krijgt de alleen  vertegenwoordigingen de regio Amsterdam naast De Hoop Terneuzen, Nieuwpoort en het Verkoopkantoor DSM elders. Van Baarsen heeft geen gelukkige hand in de Korlin. Aanvankelijk bleek dat Van Baarsen de verplichte afname van Korlin niet kon waarmaken. De DSM wilde Van Baarsen een boete opleggen. In 1972 en 1973 wordt daar druk over gesteggeld. Van Baarsen stelt dat de DSM ondershands Korlin heeft verkocht aan Van Baarsen – Egas, lees Ton van Baarsen voor de fabriek op Halfweg en dat deze levering in de kwantum afnameverplichting van Van Baarsen zou moeten vallen. DSM stelt dat de leverantie aan Van Baarsen – Egas om een heel andere en lagere kwaliteit Korlin gaat. Medio 1973 wordt overeenstemming bereikt. Van Baarsen betaalt een kleinere boete. Van Baarsen verplicht zich opnieuw tot de verkoop van 20.000 ton Korlin. Lukt dat niet dan wordt het contract opgezegd. DSM blijft zelf Van Baarsen – Egas beleveren. In 1975 begaat de DSM dezelfde fout en verkoopt rechtstreeks Korlin voor de bouw van de strafgevangenis in de Bijlmermeer. Hiervoor krijgt Van Baarsen weer een vergoeding.

Voetnoot 35. De Administratiekantoren D. van Baarsen en W. van Baarsen representeren voldoende de pariteit in de verhoudingen.

Voetnoot 36. Het NCVK wil zes schepen laten bouwen van 500/600 ton elk. Een investering van ƒ 2 mln. Van Baarsen is bereid voor zijn aandeel in het NCVK daar in mee te gaan.

Voetnoot 37. Het ziet er naar uit dat de Fa. Dekker (voorheen Vogel) gaat saneren. De 2 centrales in de stad zullen worden gesloten. Die in Noord houdt Dekker aan. Betonmortel Amsterdam wil de exploitatie van deze centrale wel overnemen. Dat betekent investeren, maar het betekent ook dat Betonmortel Amsterdam nog hechter moet gaan samenwerken. Gezamenlijk transport, gezamenlijke uitvoering, gezamenlijke expeditie, etc. komt dichterbij.

Voetnoot 38. Voor de overslag van aanvulzand.

Voetnoot 39. Harm Vast is de eerste kraanmachinist op de werf Zijkanaal I. In 1971 wordt hij opgevolgd door Gerrit Achterhof.