Het Archief van het Bedrijf D. van Baarsen

Hoofdstuk 2 De NV Grint- en Zandhandel

Voetnoot 1. Privé notitie, handgeschreven, W.A.K. van Baarsen, 1984, Amsterdam Noord

Voetnoot 2. De familie Wolf had een muziekwinkel op de Zeedijk. De jongens waren erg handig in het bespelen van allerlei muziekinstrumenten.

Voetnoot 3. De architect van de aanbouw was een zekere “Karel“, een vroegere vrijer van Rieka van Tol. Bron: Lyda Huissen

Voetnoot 4. In het archief van zijn zoon Nico van Baarsen Nzn. vonden we nog een ansicht met de vermoedelijke afbeelding van de Vrouw Catharina met Nico van Baarsen Dzn. als schipper, althans zo aangetekend door zijn zoon Nico van Baarsen.

Voetnoot 5. Uit 1929 is een luchtopname van het Florapark bekend, genomen op 9 november in opdracht van Van Baarsen & Van de Voorde, Leidsekade 59, Foto AVIODROME, Lelystad, fotonummer 008902zr. Nico deed hier een ervaring mee op die hem later bij het in kaart brengen van zijn steeds groter wordende terrein op Halfweg goed van pas zou komen.

Voetnoot 6. Uit een beschrijving uit die tijd kun je opmaken hoe het er ongeveer aan toeging daar op de werf op Halfweg: “Visser met zijn kuif en snor….was een glad persoon. Overal waar wat te halen viel dook hij op. Zo werkte hij voor de firma Van Baarsen en Van Voorden, wier aannemingsbedrijf aan de vaart naar de hoofdstad lag. Dat wil zeggen, dat Visser niet zelf werkte, maar dat overliet aan het gouden Jantje. Deze had, net als zijn nijvere vader, geen hekel aan arbeid. Hij spande zijn paard voor de lorrie waarmee veengrond uit de bouwputten naar de stortplaats werd afgevoerd. Via de vaart arriveerden vlotten met palen van de houthandel. Het Gouden Jantje voelde zich niks te groot om die palen met een mallejan uit het water te zeulen en ze naar de bouwputten te brengen. Ook was hij in de weer met het graven van bouwputten – het veen er uit en duinzand er in. De arbeiders van Van Baarsen en Van Voorden kwamen meest uit Amsterdam. Harde werkers met veel grof geweld in de mond. Iedereen kreeg van hen zijn vet. Er liep wel eens een lorrie uit de rails en dan moest het gevaarte met hefbomen en koevoeten weer terug gehesen worden. De voorman van de firma zag toe. Hij was zo scheel als een staldeur en dat kreeg hij te horen. ‘Getver,’ riepen zijn ondergeschikten, ‘je tilt je loens aan dat kreng van een lorrie!’ Maar de voorman deed alsof hij van voren niet wist dat hij van achteren bestond en omgekeerd.
Het gouden Jantje beurde vijf gulden per week en dat was aanzienlijk. Tenminste als de baas geld had. Als hij geen geld had – en dat viel nog al eens voor – dan kwam Van Voorden uit zijn kantoortje en liep naar de cementton, die daar de hele week voor Piet Snot stond, maar die nu als preekstoel diende. Van Voren, zoals de directeur gemakshalve door de horigen werd genoemd, moest door zijn eigen volk op de ton geholpen worden. Stond hij er eenmaal, dan wist iedereen wat hij te melden had. ‘Mannen, wij hebben ene bedroevend slechte week achter de rug. De kas is zo leeg als een lege tabaksbuil. Jullie zullen tot eind volgende week op de pof moeten zien rond te komen. Dan hopen wij van enkele klanten geld binnen te krijgen. Zo ja, dan zullen wij aan jullie denken! Tot eind volgende week!’ Hij werd weer van zijn cementton geholpen, waarna hij met gebogen hoofd zijn kantoortje opzocht. Een morrend geloei vergezelde hem. Iedereen had bezwaren, maar als je op straat kwam te staan, kon je gaan stempelen en dat was nog erger dan erg.”

Voetnoot 7. Op 1 april 1933 wordt een portie B-aandelen in de NV Grint- en Zandhandel van Daan Sr. overgeschreven op Daan Jr. en Willem. Het is zeer waarschijnlijk dat Daan Sr. ook op dat moment een portie B-aandelen overschreef op Nico. Een maand later koopt Daan Sr. dan het terrein op Halfweg uit de boedel op.

Voetnoot 8. In juni 1931 worden nog twee schepen op naam gesteld van “De Kleine Scheepvaart”. Het zijn de “Nijverheid”, een ijzeren motorschip, groot ca 38 ton en de “Trio”, een ijzeren motor dekschip, uit 1906, groot 33 ton. Daan Sr. tekent persoonlijk voor de eigendomsverklaringen. Verklaring van eigendom, “Nijverheid” en “Trio”, 1931-06-15. Overigens, de “Trio” was in eigendom van de drie broers Nico, Jaap en Willem.

Voetnoot 9. De vererving van Catharina Brandjes in 1929 brengt met zich mee dat het accountantskantoor Th. van Hoorn de aandelen van de NV op hun reële waarde moet schatten. Het advies is vervat in een interessant Rapport. We volgen de redenering van Van Hoorn omdat we daarmee een goed begrip krijgen van de bedrijfseconomische aspecten van de jonge NV.
Van Hoorn start met de constatering dat de zaak zich weliswaar voorspoedig ontwikkelt, maar dat de financiering zwak is. Er is onvoldoende bedrijfskapitaal aanwezig om de groei op te kunnen vangen. Ook ontbreekt enige reserve. Begrijpelijk voor zo’n jonge zaak, maar er mag niet uit het oog worden verloren ….”dat er grote risico’s verbonden zijn aan de door u beoefende tak van bedrijf: er is scherpe concurrentie, dus lage winstmarges en anderzijds noopt een grote omzet tot het verlenen van hoge kredieten op veelal lange termijn waarbij de kans op non-betaling geenszins denkbeeldig is.” Het gemis aan voldoende bedrijfskapitaal heeft voorts het bezwaar dat al het bankkrediet is opgenomen en elke grote transactie vraagt opnieuw externe financiering met hoge rente. Al met al, weinig kans op hoge dividend uitkeringen in de nabije toekomst, waar tenslotte de algemene economische toestand verre van gunstig mag heten. Dus, er zijn meerdere factoren aanwezig die een lage waardering van de aandelen wettigen.
Toch, zo vervolgt Van Hoorn, mede gezien de belangen van de minderjarige kinderen van de overleden Marie Wajer – van Baarsen, zullen vooral de gunstige factoren in de waardering benadrukt moeten worden, immers de aandelen worden in contanten uitbetaald en daarmee gaat de kans op toekomstige voordelen geheel verloren.
Vervolgens beperkt Van Hoorn zich tot de opstelling van de cijfers. Hij constateert dat er in 1927 en 1928 winst is gemaakt, zijnde ƒ 8.607, respectievelijk ƒ 2.875. Hij constateert bovendien dat er een fikse salarisverhoging van de directie heeft plaatsgevonden waarvan naar zijn inschatting een deel, zijnde ƒ 6.000, gewoon winstuitkering is geweest. Totaal dus een winst van ƒ 17.492,66 over twee jaar, gemiddeld per jaar: ƒ 8.741,33. Dat betekent op een geplaatst aandelenkapitaal van ƒ 80.000 een dividend van 8½ % met inachtneming van de gebruikelijke dividendbelasting. Blijkens de normale koers/rendement verhouding komt Van Hoorn tot een waardestelling van de aandelen van 120 à 140 %.
Verder neemt Van Hoorn in acht dat de aandelen minder courant zijn en dat er een groot verschil is tussen A en B aandelen, zeker gezien het voorgaande dat gezegd is over vaststelling van de hoogte van het salaris. Dus schat hij al concluderend de waarde van A-aandelen op 200 % en B-aandelen op 125 %. Overigens, de waarde van de aandelen in “De Kleine Scheepvaart” schat hij in à pari, d.w.z. op 100 %. Maar in de totale erfenis is het belang van deze onderneming slechts van geringe betekenis.
Vervolgens stelt de heer Menagé Challa de berekening op van wat er naar aanleiding van deze uitspraak moet worden uitgekeerd aan de erven. En kan de vererving worden afgerond. Maar de analyse van Van Hoorn is duidelijk. De marge is beperkt, het zakendoen is riskant, succes is niet verzekerd, maar wie goed boert heeft wel het heft in handen en kan er een mooie verdienste aan overhouden. Waakzaamheid is geboden!

Voetnoot 10. In 1947 neemt de NV deze borg over en wordt Nico gedechargeerd.

Voetnoot 11. Privé komen wel enkele familieleden in de financiële problemen. Jaap komt geld te kort. Willem koopt twee aandelen in de N.V. Industriële en Bouwmaterialen Handelmaatschappij IBOMA en betaalt Jaap ƒ 2.000, aldus een Koopovereenkomst, opgemaakt op 23-12-1933. Ook Krijn de Wit, getrouwd met Rieka, komt geld tekort. Daan Sr. leent hem ƒ 500, aldus staat vermeld op een kwitantie, gedateerd 23-12-1941.

Voetnoot 12. Het salaris van Daan Sr. wordt verlaagd van ƒ 6.000 naar ƒ 5.000. Wel deelt hij nog voor de helft mee in de exploitatie van de “Vrouw Maria” en de “Lastdrager”. Daan Sr. had in 1937 het aandeel van Jacob van Baarsen Bzn. in de “Vrouw Maria “ en de “Lastdrager” voor ƒ 300 overgenomen, aldus de betreffende overeenkomst van 1937-08-25.

Voetnoot 13. In augustus 1937 wordt eerst een overeenkomst gesloten dat Daan Sr. zijn A aandelen overdraagt aan Nico, Jaap, Willem en Daan Jr., ieder twee, voor de nominale waarde van 1.000 gulden per aandeel, te betalen op het moment van vererving. Zie  Onderhandse Verkoop en Koop akte, 1937-08-26, Hanedoes. Maar die overeenkomst wordt in december van datzelfde jaar weer ontbonden, zie Ontbindingsovereenkomst, 1937-12-18. Op dezelfde datum wordt de Akte van Koop en tevens vestiging van lijfrente opgesteld.

Voetnoot 14. Johan van der Linde was de zoon en leerling van Jan van der Linde. Johan woonde en werkte in Amsterdam. Schilderde, tekende en etste veel portretten en stillevens en maakte veel kopieën naar oude schilderijen, waaronder de Luitspeler naar Frans Hals. Was onder meer lid van “St. Lucas” te Amsterdam.

Voetnoot 15. Op de oorkonde staan niet alle schippers vermeld. Op de woningkaart van de Kanaaldijk 15 hs. vinden we ook: Pieter de Wit, Leonardus Slootjes, Andries Hoeben, Johanna Roevers, Lambertus Verhoek, Jacob Elenbaas. De Kanaaldijk 15 hs was hun postadres.

Voetnoot 16. De NV leent in 1940 2.500 gulden aan Nico van Baarsen, zoon van Bas van Baarsen, aldus de kwitantie getekend door N. van Baarsen op 16 november 1940. C. van Vliet Jr. huurt van de Kleine Scheepvaart de “Vrouw Hendrika”, 57 ton, voor 10 gulden per week, aldus het Huurcontract de Kleine Scheepvaart en C. van Vliet Jr., 1942-06-22. Ook betaalt de NV in 1942 een lening groot ƒ 10.000 plus ƒ 192,33 aan rente terug aan J.P. Kelder aldus de kwitantie getekend door J.P. Kelder, 1942-03-05. Waarschijnlijk bij gebrek aan financiële middelen van één of meerdere debiteuren verkrijgt de NV in 1943 twee huizen in Amsterdam aan de Nieuwe Looiersstraat en een woonhuis en twee halve villa’s in de gemeentes Haarlem en Zandvoort in 1944 en 1942, zo wordt vermeld in Akte Krediethypotheek, 1949-10-17.

Voetnoot 17. Andere leden van dit gezelschap zijn o.a. Bakker Molenaar van de Heggerankweg, autofabrikant Giel Jongerius, architect Willem Ernsting en aannemer Jan Borst. Jongerius heeft een autofabriek in Utrecht. Hij exploiteert Garage de Grot op de hoek Amstel/Grensstraat. Jongerius moet voor de Duitsers werken. Om die reden mag hij een auto behouden. De auto rijdt op gas. Ernsting en Borst werken voor de Duitsers en beschikken dus over allerlei “Ausweiszen”. Samen met Daan Jr. halen ze voedsel op in Noord-Holland. Kooy en Fit te Enkhuizen zorgde voor voedsel, ook slager Botman leverde aan. Het eten wordt uitgedeeld aan kinderen uit de arme wijken. Bron: Daan van Baarsen Dzn.

Voetnoot 18. Bronvermelding: Lyda Huissen, Familieboek, deel 1, 1974

Voetnoot 19.  Het motorschip de “Daan” is na de oorlog verkocht aan Rederij Lovers, toen nog gevestigd aan de Kromme Waal. Het is omgebouwd tot een van de eerste rondvaartboten van Amsterdam. Bron: Daan van Baarsen Dzn.

Voetnoot 20. Levensgeschiedenis van Jaap van Baarsen, door Jaap van Baarsen Jzn., 2013

Voetnoot 21. Rieka was in gemeenschap van goederen gehuwd met Krijn de Wit. Daan Sr. had in zijn testament bepaald dat haar erfdeel buiten die gemeenschap moet worden gehouden. Het echtpaar had vooruitlopend op de vererving al ƒ 4.000 bij de NV Grint- en Zandhandel als voorschot op de erfenis opgenomen, zo blijkt uit Afschrift Akte van Scheiding der nalatenschap van Daniel van Baarsen Sr., 1948-06-04.

Voetnoot 22. Bij het uittreden van Jan Rekelhof uit de Puincombinatie wordt op 30 september 1946 de balans opgemaakt. Winst en Verlies worden gedeeld door 5, niet meer door 6. Er is een flinke omzet geboekt: ƒ 26.501,87. In opdracht van de Duitsers hebben de Rekelhofs heel wat gesloopt in Scheveningen ter wille van een vrij schootsveld voor de Duitsers tegen de bedreiging uit zee. De gebroeders Rekelhof zijn daarvoor overigens na de oorlog gestraft. Bron: D. van Baarsen Jr.

Voetnoot 23. Asbestvezels, vermengd met zand en cement maken samengeperst een versteend mengsel dat wordt toegepast voor golfplaten, gevelbekleding, vlakteplaten, standleidingen. In 1993 wordt het op de markt brengen van asbest verboden. Spuitbaar asbest werd al in 1978 verboden. Bron: Wikipedia

Voetnoot 24. Er is een briefwisseling bewaard gebleven. Eenmaal op Batavia wordt Van der Winkel overvallen door heimwee. Hij kan zijn draai daar niet vinden. Hij put hij zich in de briefwisseling uit in lofuitingen over het humane werkgeverschap van Van Baarsen en hij doet zijn beklag over de deplorabele toestand die hij in Nederlands Indië aantreft. Willem schrijft hem dat hij zich moet vermannen, het beste er van moet zien te maken, en meer met bekenden ter plekke moet optrekken. Maar Van der Winkel houdt het voor gezien. Hij spreekt geen Maleis en dus kan hij daar geen leiding geven. Het land is in oorlog. Er zijn grote verschillen in de behandeling van de Nederlandse militairen en de Nederlandse burgers. Als semimilitair trekt hij aan het kortste eind. Hij wordt slecht behandeld. Hij krijgt nauwelijks te eten. Na twee maanden weet hij het zo te plooien dat hij gerepatrieerd kan worden, ook al omdat de “Heren van Baarsen” een lovend getuigschrift schrijven, op voorstel van Van der Winkel zelf trouwens, waarin staat vermeld dat de firma tijdens de wederopbouw “dringend behoefte” aan hem heeft. Van der Winkel vroeg aan Van Baarsen of hij terug mocht komen op Buiksloot. De heer Daan van Baarsen had immers bij zijn afscheidsdiner gezegd dat hij altijd terug kon komen. Dan moest Richard Breek (zijn collega) maar naar Halfweg; die woonde op de Haarlemmerweg en dicht bij de tram naar Halfweg. En met de uitbouw van Halfweg konden ze daar best een extra kracht gebruiken. Maar als het niet anders kon, dan was hij ook bereid naar Halfweg te gaan. Hij had begrepen dat er een aparte bedrijfsadministratie opgestart moest worden voor de sintelsteenfabriek. Maar de heer Daan van Baarsen had het bij zijn afscheid wel over een positie in de buitendienst. Dat was Van der Winkel niet duidelijk geworden, wat daar mee bedoeld werd. Dus hoopte hij maar dat hij gewoon weer in Buiksloot kon komen werken.

Voetnoot 25. Suisse brandde in 1983 af en werd niet herbouwd. Het was een sjieke tent, gebouwd in renaissancistische stijl. Nico en Sophie vierden in december 1945 daar hun 25-jarig huwelijk. Alle broers en zusters, neven en nichten waren uitgenodigd.

Voetnoot 26. Ook voor de bouwmaterialen bestonden prijsafspraken. Binnen de afdeling Amsterdam van de HIBIN werd onder toezicht van accountant Walgemoed en Winkelaar een prijzenboekje voor de afname van kleine en grote hoeveelheden van alle bouwmaterialen opgesteld.

Voetnoot 27. De heer A.M. Nugteren neemt in 1949 de rol van accountant over van Menagé Challa van Meyer en Hörchner. De heer Nugteren is vennoot in de maatschap van dit bureau.

Voetnoot 28. In het kanaal werd in de zomer vroeger veel gezwommen. Willem, zoon van Jaap, heeft levendige herinneringen. Hij schrijft: “Later werd dit zwemmen met zijn allen in het kanaal een feest, met autobanden en houten balken. Duiken vanaf de hijskraan en vanaf de schepen van Volkers. Neef Piet kon goed duiken, en ook onze Nico, en een schipper, Bertus van de Akker. Zo ver mogelijk onder water zwemmen, tot aan de andere kant van het kanaal, was een favoriete sport. Onder een schip door zwemmen konden sommigen ook. Ik noemde al een schipper Bertus van de Akker. Die kon fantastisch fluiten. We hebben menige mooie zomeravond bij hem op de kajuit gezeten. Jaap Elenbaas en zijn dikke vrouw tante Greet, hun dochter achterlijke Tini, de oude Van de Akker met grote snor en pet. Schipper De Groot, met zijn zoon, die de heilige geest werd genoemd. Het leek wel of ie kieuwen had.”

Voetnoot 29. Op de Kromme Waal werd de sleutel van het verenigingsgebouw van de padvinderij bewaard. Op een dag vroeg een jongeman uit Denemarken om onderdak. Daan Dzn. kreeg contact met hem. De Deen opperde dat hij samen met Daan Dzn. wel een reis door Europa zou willen maken. In de veronderstelling dat zijn zoon dat toch niet zou doen vond Daan Jr. het meteen goed. Daan Dzn. vertrok en is samen met de Deen drie maanden door Europa gereisd. Bron: Daan van Baarsen Dzn.

Voetnoot 30. Per abuis staat er in de uitnodiging de NV Zand- en Grinthandel in plaats van de NV Grint- en Zandhandel. De verwarring rond de naam van de NV zal vanaf nu nog enige tijd aanhouden.

Voetnoot 31. “De Kleine Scheepvaart” had in 1953 nog in de vaart: de “Trio” (bouwjaar 1906, 33 ton), de “Lastdrager III” (1911, 74 ton), de “Lastdrager V” (1912, 72 ton), de “Daan” (1913, 89 ton), de “Vrouw Maria” (1914, 48 ton), de “Vrouw Hendrika” (1916, 57 ton), de “Lastdrager I” (1921, 63 ton), de “St. Antonius” (1927, 42 ton), de “Lastdrager IV” (1930, 27 ton) en een dekschuit (39 ton. Bron: Ontwerp Jaarrekening 1952, NV Transport Maatschappij De Kleine Scheepvaart, 19 mei 1953, later nog gecorrigeerd door Nico.

Voetnoot 32. C. Lindenaar, Amstelveenseweg 822-824, Amsterdam Zuid

Voetnoot 33. In strenge winters vriezen de trechters dicht. Rijkswaterstaat vraagt dan om zand op de wegen te strooien. Een platte bak op een helmstok wordt gevuld met dotten katoen, gedrenkt in afgewerkte olie. Eenmaal in de fik gestoken wordt de bak onder de trechter gehouden. Een hachelijk karwei. Nico Wzn. en Daan Wzn. worden midden in de nacht ingezet; dat scheelt weer arbeidsloon.

Voetnoot 34. De vraag van Daan Nzn. kan zijn ingegeven door de wens om meer te gaan investeren. In één van de volgende vergaderingen suggereert hij om in Brazilië sintelstenen te gaan produceren. Maar – zo wordt in de vergadering geoordeeld – dat ligt toch wel erg ver uit de richting. Notulen 15 september, 1952.

Voetnoot 35. Geactiveerde mortel duidt op de machinaal gemengde mortel waarbij zand- en kalkdeeltjes langs elkaar worden gewreven of geperst en het zand als het ware met kalk wordt ingezeept. Deze methode is in Denemarken ontwikkeld op basis van wat de Zweden aan verbeteringen hadden toegepast op het Finse activeersysteem. Het geheim van de smid zit hem dus in de molens. Daarnaast spelen belangrijke factoren als de kwaliteit van de kalk, het zeefproces, de zuiverheid van het water en de juiste gradering van het gewassen zand.

Voetnoot 36. Frans Couton was een handelaar in bouwmaterialen aan de Mauritsstraat en “deed” ook in kalk. Couton woonde op de Churchilllaan 147 en was een bekende Amsterdammer. Hij had in zijn jonge jaren bij Ajax gevoetbald.

Voetnoot 37. Pedershaab Machine Works laat later aan de NV Grint- en Zandhandel weten dat zij binnen een straal van 40 km vanaf het centrum van Amsterdam geen kalkmortelmachines aan anderen zullen leveren.

Voetnoot 38. De begroting laat zien dat bij een omzet van 50.000 m3 grove kalk de meter prijs ƒ 12,80 wordt; bij 1.000 m3 witkalk ontstaat een meter prijs van ƒ 20,75.

Voetnoot 39. De NV Eerste Amsterdams Kalkmortelbedrijf wordt opgericht bij akte d.d. 26 mei 1952. De NV heeft 20 prioriteits- en 180 gewone aandelen, waarvan geplaatst: 10 prioriteitsaandelen en 40 gewone. De prioriteitsaandelen zijn in handen van de NV Grint- en Zandhandel (8) en Frans Couton (2). Akte van oprichting EAKB, notaris H.C.A. van Dijk, 1952-05-26.

Voetnoot 40. Couton wil ook die handelskorting wel hebben. Hij was immers ook handelaar. Het wordt hem toegezegd, maar op zo’n moment begint de samenwerking te wringen.

Voetnoot 41. Hier komen we voor het eerst Nico, de derde zoon van oom Willem tegen. Nico heeft net als zijn boer Daan Wzn. zijn MULO gehaald op Sint Radboud in Medemblik. Aansluitend volgt Nico de Handelsschool in Amsterdam en haalt zijn diploma met een 9 voor boekhouden en handelsrekenen. Hij wordt in 1953 te werk gesteld op de werf in Buiksloot. Eerst doet hij de loonadministratie en loopt hij kwitanties. Daarna wordt hij de rechterhand van zijn broer Daan Wzn. (die niet op de opening van de EAKB aanwezig is).

Voetnoot 42. Volgens overlevering sprak Sophie bij die gelegenheid de legendarische woorden, toen haar gevraagd werd: “Wat wil jij drinken?”, “Ik drink alleen champagne!”

Voetnoot 43. De (witte) E2 werd wel uitgeleend voor een kolenstort in de Coenhaven. Kees Koster (“Bolle Kees”) was altijd wel één van de bijscheppers. Over hem gaat het verhaal dat op een keer de punt van zijn trekhaak was afgebroken. Dan kun je de stalen rijplaten niet meer verleggen. Dus stookte hij een vuurtje en warmde zijn haak op om een kromme punt te smeden. Maar met al die olie op het water stond binnen de kortste keren de hele haven in lichterlaaie.

Voetnoot 44. Als de lading te veel stoof, kregen de mannen last van een bloedneus

Voetnoot 45. De vrachtwagens staan in 1956 op de balans voor ƒ 112.138. En het wagenpark blijft zich uitbreiden. Het wagenpark brengt hoge kosten met zich mee: ƒ 209.310 dat jaar. Onderhoud, verzekering, benzine, pontkaarten,etc. De administratie is nu zo ver dat alles toegerekend kan worden. Het blijkt dat de exploitatie van de vrachtauto’s niet rendabel is. Maar de directie houdt vast aan het principe: “belevering tot aan de klant”. Het ten allen tijde kunnen beschikken over eigen transportmiddelen is een groot goed is, ook al levert dit een verliessaldo. Men wenst niet afhankelijk te zijn van derden, klaar uit. In 1957 overigens spreken we van 20 vrachtwagens en 10 personenwagens.

Voetnoot 46. Het salaris van Daan Nzn. bedroeg in 1957 ƒ 16.842; het salaris van Daan Dzn. en Piet Wzn.: ƒ 15.910. Het verschil zou ook gewoon met leeftijd te maken kunnen hebben. En de tantièmes waar hier sprake van is bedragen ƒ 2.000 tegenover ƒ 1.500. Bron: Notulen Aandeelhoudersvergadering NV Grint- en Zandhandel, 4 september 1956 en 16 oktober 1957.

Voetnoot 47. Theo Wzn. (geb. 1939), doorliep in de periode 1951-1956 de Sint Radboud kostschool te Medemblik. Hij was al sinds 1956 werkzaam op de EAKB als rechterhand van Piet en had al gaandeweg de bedrijfsleiding van Piet overgenomen. Theo Wzn. volgt de avondopleiding Handelsschool en doet later een avondstudie MTS.

Voetnoot 48. Als de oude overslagkraan wordt vervangen wordt terloops nog overwogen het oude ding door te verkopen aan Van Baarsen – Bollen. Maar dat wordt toch ál te gek gevonden.

Voetnoot 49. Willem, zoon van oom Jaap, spreekt zijn overleden broer Nico bij zijn begrafenis als volgt toe: “…Jij was al jong een krachtpatser. Toen je bij je broers werkte kon je 2 keer zo veel scheppen en kruien dan anderen, maar bij het afrekenen ’s zaterdags kreeg je minder. Je was zo veel jonger dan de anderen. Je kon 3 zakken cement op je nek nemen, 150 kilo, en was er trots op. Als bij oom Wim een schuit met cement gelost moest worden, nam jij een dag vrij, want daar konden ze een sterke gozer als jij goed bij gebruiken. Je verdiende er wat extra’s mee, wat je weer goed kon gebruiken…Na het werk, ’s zomers tenminste, gingen we in het kanaal zwemmen. Jij kon hartstikke goed duiken en onder water zwemmen. Daarna bij de autoloods afspoelen. Wat had jij een mooi en donkerbruin lijf.”

Voetnoot 50. Om de naamgenoten van opa Daan uit elkaar te houden, werden in het dagelijks gebruik bijnamen gegeven. Zo heette Daan Wzn. ook wel “lange Daan” of “Daan van Buiksloot”. Daan Nzn. stond bekend als “Daan de snor” of “Daan van Halfweg”. Daan Dzn. heette ook wel “bolle Daan” of “Daan van de Kromme Waal”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.