Het Archief van het Bedrijf D. van Baarsen

Hoofdstuk 1 Het Nieuwe Spel

Voetnoot 1. De bankschuld zou in de komende jaren oplopen tot 8 mln gulden tegen een rente percentage van 15%.

Voetnoot 2. Van Baarsen – Bastiaanse zou dit voorbeeld snel volgen en doet dit voor haar deelname in de ELBAVEM.

Voetnoot 3. In 1973 laat DATO Vloeren bij monde van haar directeur, Ton van Baarsen, weten dat ze best wel belangstelling heeft, maar die vlieger gaat niet op. Het stuk terrein zou nog lang braak blijven liggen.

Voetnoot 4. Sinds 1954 neemt Van Baarsen deel aan de NV Eerste Nederlandse Bulkoverslag te Koudekerk aan de IJssel. In 1955 is dit aandeel uitgebreid tot een kwart van het aandelenkapitaal. In 1967 vergroot Van Baarsen haar aandeel met nog eens 6,25% van het aandelenkapitaal.

Voetnoot 5. De NV Nederlandse Basalt– en Bouwstoffenhandel toonde nog recent belangstelling voor het terrein, maar ook zij trokken zich terug.

Voetnoot 5b.Nugteren van Frese, Hogeweg, Meyer & Hörchner, adviseurs/accountants, werd al eerder geassisteerd door Karel van der Toorn. Van der Toorn werd opgevolgd door J. de Vries en nu neemt Frans Lindeman het stokje weer van hem over. De aandeelhoudersvergaderingen worden gehouden op het kantoor van Frese Hogeweg Meyer & Hörchner en niet meer op de Kromme Waal.

Voetnoot 6. Al in mei 1971 herinnert Lindeman de directie aan de afspraak die formeel nog steeds gemaakt moet worden dat de in de zaak werkende privépersonen Van Baarsen geen gelden mogen onttrekken aan de zaak. Daan Jr. is van mening dat de BEM haar winst kan aanwenden om straks het terrein aan het Zijkanaal I te kopen. Daan Nzn., tevens aanwezig in dezelfde vergadering, benadrukt dat de NV v/h D. van Baarsen niet mag worden uitgehold. Hij roept in herinnering dat de overheveling indertijd van de aandelen Van Baarsen – Bastiaanse naar de privé sector ook al een twijfelachtige zaak was.

Voetnoot 7. In het voorjaar 1971 zijn de notarissen kind aan huis. Aktes Overdracht van Schepen, 12 maart 1971, Schuldbekentenis, 12 maart 1971, Overdracht van 40 gewone aandelen W, 12 maart 1971, Overdracht 10 prioriteitsaandelen W, 12 maart 1971, Overdracht 10 prioriteitsaandelen D, 12 maart 1971, Charterpartij betreffende de “W.A.K. van Baarsen Sr.”en de “Daan van Baarsen Sr.”, 12 april 1971, Overdracht 1400 aandelen W en 1400 aandelen D in “Van Baarsen Exploitatie Maatschappij NV”, 6 mei 1971. En verder: Aktes Proces-verbaal van Vergadering betreffende De Kleine Scheepvaart, de NIWIDA, de BBM en de EAKB, 6 mei 1971, alles opgesteld door notarissen Elekan en Den Hartog.

Voetnoot 8. De afdeling is een samenwerking aangegaan met de Beatrix te Eindhoven. Het nieuwe verkoopkantoor heet vanaf nu Beamix. Maar de samenwerking zal niet lang duren. Van Baarsen wil grootverpakking verkopen en wil ook de productiecapaciteit in Amsterdam vestigen. Beatrix wil even niets. In de loop van 1972 wordt de samenwerking al weer opgezegd. Van Baarsen zegt ƒ70.000 verlies te hebben geleden. Partijen komen overeen dat verlies samen te delen.

Voetnoot 9. Op de zaterdagochtenden in 1969 bezoekt Piet regelmatig zijn jongere broer Willem. Willem woont nu op kamers en studeert economische sociologie. Ze bespreken samen hoofdstukken uit J.A.C. Brown, Bedrijfspsychologie, Het Spectrum, 1967. De gesprekken die ze samen voeren, wakkert bij Piet zijn interesse voor de menselijke dynamiek in organisaties verder aan.

Voetnoot 10. Dit loopt samen met een advies van de Algemene Werkgevers Vereniging (AWV) over de invoering van een salarisregeling en de daar bij behorende beoordelingsrondes.

Voetnoot 11. Uiteindelijk worden de twee mannen het eens over een normbedrag van ƒ 400.000. Zie notulen vergadering 16 juni 1971. Dat bedrag overigens zal de komende jaren niet gehaald worden.

Voetnoot 12. De gebroeders Rekelhof blijken daar bij navraag echter niets voor te voelen. Ze houden liever wat ze hebben.

Voetnoot 13. Van Baarsen neemt voor een derde deel in De Kempen. “De Kempen” staat voor de NV Handel- en Industrie Onderneming H.C. van der Maas NV. De andere twee derden zijn in handen van Van der Maas en Eigenberg. Van der Maas en Eigenberg hebben geen opvolgers. Eigenberg wil er uit stappen. De mogelijkheid bestaat dat Van Baarsen het aandeel van Eigenberg overneemt, maar Van der Maas verzoekt juist aan Van Baarsen er uit te stappen. Uiteindelijk heeft Jan Kools, de adviseur van Van der Maas het zo weten te regelen dat Van der Maas de hele zaak in handen krijgt. Van der Maas heeft later zijn zaak doorverkocht.

Voetnoot 14. Het zou meer voor de hand liggen als Daan Jr., de onderneming  vertegenwoordigt.  Maar Daan Jr. is als directielid van Van Baarsen ook lid van het NCVK. De vertegenwoordiging in De Kempen conflicteert met de NCVK belangen in Amsterdam. Om die reden vertegenwoordigt Daan Wzn. de onderneming en is de facto ook eigenaar van de aandelen in De Kempen. Daan Wzn. en Daan Jr. hebben onderling de afspraak gemaakt hoe dit spel gespeeld wordt.

Voetnoot 15. Sabulum is een inkooporganisatie voor metsel- en betonzand van “Rijnzand”, de “Industrie Zand Centrale” en andere baggeraars.

Voetnoot 16. In die tijd aasde de Mebin op de betonpompen. Ze hadden toen al meerdere centrales en ook eigen betonpompen. Uiteindelijk wilden ze in Amsterdam alles hebben. Heb je de betonpompen dan heb je ook eerder in de gaten waar de werken afkomen. De aanvragen komen dan binnen bij de leverancier van de betonpompen. Meestal de kleinere werken, en dus de beste prijzen.

Voetnoot 17. Het houten gebouwtje op het Decoratiecentrum, zo blijkt later, kan niet de goedkeuring wegdragen van de schoonheids- en welstandscommissie voor het industriegebied Zijkanaal I. “Het uiterlijk van het bouwwerk zou zodanig zijn, dat het zowel op zich zelf als in verband met de bestaande omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet zou voldoen aan redelijke eisen van welstand. Maar Van Baarsen tekent beroep aan. Het gebouwtje is onmisbaar in de bedrijfsvoering. De ruimte wordt tevens gebruikt voor een rustig gesprek van verkopers met cliënten….” De Beroepscommissie Bouwverordening, 4 april 1973. Later dit jaar krijgt Van Baarsen toestemming het gebouwtje 5 jaar te laten staan.

Voetnoot 18. “Bolle Kees” was een keiharde werker en vaak ook de vrolijke noot op het werk. Eerst op Halfweg, later op Buiksloot. Hij was bijschepper en assisteerde de kraanmeester bij het lossen van de schepen. Verder was hij breed inzetbaar op de werven.

Voetnoot 19. Verkoop en productie van betonmortel worden afgestemd binnen Betonmortel Amsterdam. Landelijk wordt 6 mln. m³ geproduceerd. Amsterdam produceert 500.000 m³. De combinatie van Betonmortel Amsterdam bestaat uit : ABO (A.A. Hennis en H. Hennis, eigenaren), Mebin-Betam (J. Palma, J.E. Meijers, J.P.A.J. van der Zanden, J.J.M. van der Liet, procuratiehouder), Transportbeton (eigendom Ballast Maatschappij) (C.H. van Waning, C.J. van der Laan) en Van Baarsen (P.W. van Baarsen en Th. Van Baarsen). Van Baarsen neemt een kwart van de productie in Amsterdam voor zijn rekening. Vogel is een lastige participant gebleken. De firma ligt achter met zijn administratie en komt zijn afspraken niet na. Wekelijks houdt Betonmortel Amsterdam verkoopbesprekingen, dagelijks vinden uitvoeringsgesprekken plaats. Vogel ontbreekt veelal. Begin 1969 heeft Vogel het contract met Betonmortel Amsterdam opgezegd. In september van dat jaar wordt Dekker eigenaar van Vogel. De onderhandelingen met Vogel worden dan heropend. Er is concurrentie. Er worden nieuwe centrales gebouwd, bijvoorbeeld door de firma ASN in de Bijlmermeer en de firma Oudenallen in Amstelveen. De mixers van Vogel zijn overgenomen door de participanten van Betonmortel Amsterdam. De verkoop en administratie van Vogel is onder de participanten verdeeld. Ook het rayon Haarlem is goed georganiseerd. Hier zijn de belangrijke spelers: de CZGB, Smit, de Ringvaart en de BBM. Daar is Van Baarsen goed voor een vijfde.

Voetnoot 20. De markt voor kalkmortel in Amsterdam is verdeeld tussen de ABO en de EAKB, ieder voor de helft. Zij vormen samen Kalkmortel Amsterdam, die op haar beurt deelneemt in een samenwerking in Haarlem samen met NV Bleeker en HKS (Fa. Keur). Er moet een nieuw contract ABO – EAKB opgesteld worden. Voor wat betreft de EAKB: de ABO kan het beste zijn productie sluiten en dan compenseert daarna de EAKB de ABO met een deel van de winst van de EAKB. Maar de besprekingen lopen vast. De heren Hennis van de ABO willen een vaste vergoeding en Van Baarsen houdt vast aan een percentage van de winst. Ondertussen dient Tilcon zich aan. Tilcon is een Engels concern met 80 betonmortelcentrales en 30 kalkmortelcentrales. Tilcon produceert kalkmortel met een speciaal procedé. Tilcon wil graag in Amsterdam op 45/55 basis kalkmortel produceren. Zoekt een partner. Verkoop wil Tilcon zelf doen want ze hebben geen vertrouwen in de Nederlandse verkoopmethodes. Bouw- en woningbouw toezichtinstanties moeten worden benaderd om de Tilcon specificaties voor te schrijven. Van Neerbos wil wel voor Rotterdam met Tilcon in zee. Daan Jr. gaat op bedrijfsbezoek bij Tilcon in Antwerpen en neemt de ABO mee. De ABO raakt enthousiast en wil wel met Tilcon verder, maar dan moet het contract Kalkmortel Amsterdam opgezegd worden. De ABO zal in 1974 voorstellen dat de EAKB zijn productie sluit en daar een vergoeding voor krijgt. De commissarissen manen tot voorzichtigheid. Het is duidelijk, Kalkmortel Amsterdam komt onder druk te staan. Van Baarsen stelt aan Bleeker voor dat Tilcon toetreedt tot Interstuc. Maar Bleeker is niet enthousiast. Ondertussen blijft de productie van kalkmortel teruglopen. Spuitgips is goedkoper. En droge mortels zijn in opkomst (“Dekorputz”). Van Baarsen neemt een afwachtende houding aan. Achteraf blijkt dat Tilcon uiteindelijk toch niet naar Nederland komt.

Voetnoot 21. Het NCVK BV Zand en Grind Amsterdam is een samenwerking uitsluitend in handel van zand en grint en vervoer van aanvulzand in Groot Amsterdam. Participanten zijn D. van Baarsen BV (26%), Internationale Bagger Mij (56%) en Van Tricht & De Boo (23%). De Elevator (Oudakker) is inmiddels uitgestapt. Het NCVK ontwikkelt in de loop van 1972 grote plannen: zelf kranen kopen en lossen van zand en grint op grote werken, de aankoop van een stuk terrein voor een kantoor, een onderhoudswerkplaats en een magazijn. Dat zal van invloed op de verrekening van de overslag op Zijkanaal I, Halfweg en Luchtvaartstraat. Maar vooralsnog zijn het alleen nog maar plannen!

Voetnoot 22. Via de 50% deelname van D. van Baarsen BV in Van Baarsen – Bastiaanse handelt Van Baarsen ook buiten Amsterdam in zand en grint. Deze handel is geregeld binnen de Combinatie Mr. Van Dorssen bestaande uit de Van Baarsen participatie in de BABAS, Van Tricht & De Boo en Internationale Bagger Mij.

Voetnoot 23. De Internationale Bagger is van plan samen met Ballast-Nedam zeegrind te exploiteren. Dat betekent winning door Ballast-Nedam, dan wassen, zeven en opslaan. Het NCVK zal optreden als verkoper. Volgens plan bedraagt de winning 6 mln. ton per jaar. De behoefte aan betonmortel in Amsterdam bedraagt 600.000 ton, via de handel kan nog eens 200.000 ton worden weggezet en IJmortel (levering door Internationale Bagger) kan 200.000 ton gebruiken. De resterende 5 mln. ton moet op de markt veroverd worden. De totale omzet van Rijn- en Maasgrind in Nederland bedraagt op dit moment 16 mln. ton per jaar.

Voetnoot 24. Een goed voorbeeld is dat beide ondernemingen nu nauw samen werken om de indringer Albeton BV te IJsselstein, in het bezit van de familie K. Droog, te beteugelen.

Voetnoot 24a. Daan Jr., Piet en Ton zijn in gesprek over het nieuwe huurcontract. De verhouding met Ton is na het gedoe rond de Korlin leveranties aanmerkelijk verbeterd. Van Baarsen – Egas wil zijn productie op Halfweg wel uitbreiden en toont interesse in overname van het hele terrein in Halfweg. In dat geval moet de betonmortelcentrale sluiten, anders is de overslagcapaciteit ontoereikend. De betonmortelcentrale is toch al aan vernieuwing toe en Van Baarsen overweegt zijn marktaandeel in de regio Haarlem onder te brengen bij de CZGB tegen een interessante schadevergoeding. De CZGB heeft al twee centrales in het gebied en overweegt de bouw van een nieuwe centrale. Die zou dus mogelijk geïnteresseerd kunnen zijn. De centrale garage en de bulkcementinstallatie zullen dan verplaatst moeten worden naar het terrein Zijkanaal I. Piet Kamp zal een andere behuizing moeten zoeken en het personeel moet worden overgeplaatst.

Voetnoot 25. Dit idee stuit wel tegen de borst van commissaris Van Rijs. “Hij ziet er een liquidatie in van de opbouw in de afgelopen jaren. Het productieaandeel blijkt namelijk een van de beste poten van het concern. Afstoten van de centrale Halfweg zou uiteindelijk kunnen resulteren in het afstoten van alle terreinen in Halfweg, zonder dat er iets nieuws voor in de plaats komt.” Notulen Commissarissenvergadering, 21 juni 1973.

Voetnoot 25a. De gesprekken met de NMB over verhoging van het krediet legt opnieuw de discussie over de BEM gelden op tafel. Piet dringt aan op een duidelijke afspraak. Die komt er op 16 augustus 1973 en Nugteren formuleert de afspraak als volgt: “…..dat de BEM zijn overwinst gebruikt ter financiering van het terrein aan de Regulateurstraat in de vorm van een hypotheek aan D. van Baarsen BV. De revenuen daarvan kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders BEM in de vorm van dividend.

Voetnoot 26. De mislukte uitgave van “Bekijk ’t Maar” uit 1970 was een personeelsorgaan.

Voetnoot 27. Van Anholt schrijft over het zwembad van het Decoratiecentrum: “Het zwembad dat op het centrum tot koop moest uitnodigen bracht andere verleidingen. Koele flesjes bier op de bodem van het gevulde bad konden alleen gekleed opgedoken worden om de dorst te lessen. Toch vormde ook dit soort zwembad een deel van de omzet.” Mixer, 1e jaargang, no. 1. In hetzelfde jaargang, no. 6 schrijft Piet de Hoog overigens een gedetailleerd technisch verhaal over de metrobouw.

Voetnoot 27a. Later blijkt dat Inexa Eindhoven alleen zaken wil doen met D. van Baarsen BV en niet met Inexa Amsterdam. Piet overweegt een commercieel medewerker aan te trekken ter ondersteuning van de verkoop van Inexa Amsterdam. Adviseur Noord raadt Nico aan om een groter aandeel van Inexa Amsterdam aan D. van Baarsen toe te wijzen en twee commissarissen toe te laten wijzen om op deze wijze aan Eindhoven duidelijk te maken dat D. van Baarsen invloed heeft op Inexa Amsterdam. Maar Nico voelt daar niet voor. Later springt Van Anholt er tussen: “Eindhoven heeft maar te accepteren dat ze ‘dealt’ met Inexa Amsterdam BV en niet met D. van Baarsen BV. Alle andere constructies zouden alleen maar aantonen dat D. van Baarsen zelf ook geen vertrouwen in Inexa Amsterdam heeft.” In januari 1974 laat Inexa Eindhoven weten akkoord te gaan met Inexa Amsterdam.

Voetnoot 28. In de pers wordt de volgende anekdote aangehaald: “Op een zekere dag voer de heer Bastiaanse met zijn eerste schip, de En Avant, onder een brug door, juist toen zijn jonge echtgenote de was stond op te hangen. De brug was hoog genoeg voor de stuurhut, maar niet voor mevrouw Bastiaanse, die op de roef was geklommen. De heer Bastiaanse kon niet meer op tijd waarschuwen; zijn vrouw kreeg een flinke klap van de brug en werd gevloerd. Gelukkig liep het ongeluk nog wonder boven wonder heel goed af.”

Voetnoot 29. Voor gips en spuitgipsproducten en –machines wordt in 1972 samenwerking met Bleeker gezocht. Bleeker Sr. waarschuwt zijn zoon Anton Bleeker niet samen te gaan met Van Baarsen want Van Baarsen zal een te dominante rol gaan spelen. Bleeker was aannemer. Hij kocht huizen en/of grond en herstelde deze. Daar had hij zijn geld mee verdiend. Hij had een opslagloods op een terrein in Spaarndam. Zijn zoon stapt over het bezwaar van zijn vader heen en stemt in met samenwerking. De winst zal worden verdeeld naar de omzet (50/50 na een aanloopperiode van een paar maanden). Er is een gemeenschappelijke inkoop en verkoop. Medio 1973 wordt het Verkoopkantoor “Interstuc BV” opgezet. Het kantoor treedt op voor stukadoorsproducten van ABO, EAKB en Bleeker en gaat gipsproducten op de markt brengen. Voor de huisvesting van het kantoor en centrale expeditie wordt gebruik gemaakt van de opstallen van de EAKB aan de Luchtvaartstraat.

Voetnoot 30.  In dezelfde notitie, maar dan gedateerd maart 1974 wordt de Cementbouw niet meer genoemd. De accountant sprak klaarblijkelijk in de notitie van februari voor zijn beurt..

Voetnoot 31. De directeur van Interstuc is door ziekte geveld en de administratie is nog steeds niet op orde. Het laat zich aanzien dat Interstuc in het eerste jaar van zijn bestaan ƒ 380.000 verlies zal gaan leiden. En dat bij een omzet van 2,5 miljoen gulden en een bruto opbrengst van meer dan 5 ton. Hoe is het mogelijk! Volgens Piet is directeur Jorksma niet de juiste man gebleken. Hij wordt ontslagen. Per 1 februari 1975 wordt Hans Magrijn aangesteld. Theo had graag de directiefunctie gekregen, maar Piet is het daar niet mee eens. Piet is van mening dat Interstuc een neutrale directeur nodig heeft, iemand ‘van buiten’. Enigszins onthutst informeert Theo bij Ab Bleeker of dat inderdaad zo is. Ab Bleeker bevestigt dit. Die actie van Theo schiet bij Piet in het verkeerde keelgat. Achter zijn rug om! In diezelfde bespreking met Bleeker informeert Daan Wzn. naar het functioneren van de GAMMA Bouwmarkt die Bleeker exploiteert in IJmuiden. Hoe zijn de verhoudingen met Gamma? Bleeker zegt dat hij die informatie al eerder met Piet had gedeeld. Bleeker meldt aan Piet dat het bezoek van de beide broers hem bevreemdde. Piet schrijft een brief aan zijn vader en beklaagt zich over zijn broers die achter zijn rug om naar Bleeker zijn gestapt, zie brief aan WAK Sr., 18 november 1974. De nieuw aangestelde directeur, Hans Magrijn, treft een organisatie aan met ruzie tussen medewerkers, belabberde administratie, veel personeelskosten, slecht debiteurenbeheer, te grote voorraden, kortom een puinhoop. De NMB is bereid een extra krediet te verstrekken. De begroting voor 1975 laat ƒ 25.000 winst zien. Zowel Bleeker als Van Baarsen hebben aangeboden de administratie over te nemen. Beide participanten zullen daartoe een offerte opstellen. Interstuc wil ook vloerafwerking gaan aanbieden. Leverancier is de fa. Norina uit Duitsland.

Voetnoot 32. De onderhandelingen tussen Betonmortel Amsterdam en M.G.F. Dekker Azn’s Grint- en Zandbaggerbedrijf (tevens eigenaar van Betonmortelcentrale R. Vogel BV) verlopen moeizaam. Dekker laat zich niet zo gemakkelijk inpassen. Tegelijk speelt nog de afrekening van Betonmortel Amsterdam met Vogel over de periode augustus 1972 tot en met juli 1973. Vogel heeft uit die periode nog recht op 17½ % van de totale leverantie van Betonmortel Amsterdam. Maar hoe hoog moet de vergoeding per m³ zijn? Zie Rapport KKC inzake juiste naleving van de overeenkomst samenwerking Amsterdam, 29 september 1974. Ook de toeleverancier van Dekker/Vogel, zijnde Cotrano BV, maakt aanspraak op een vergoeding. Zand en grint vallende onder de leveringsrechten van Dekker krachtens contract met Betonmortel Amsterdam wordt door ABO en BBM zelf ingekocht en vervoerd, d.w.z. via het NCVK. ABO/BBM betalen Dekker daarvoor een vergoeding (1.500 per maand). Cotrano BV treedt op als de vertegenwoordiger van Dekker. De tonnen worden overgeschreven naar de Silexquote en de Combinatiequote. De Silexquote wordt jaarlijks door ABO/BBM overgeschreven naar Cotrano BV. Dekker staat 50% af van de Sabulum, Rijnzand of IZC korting over het zand. Zie Brieven M.G.F. Dekker Azn’s aan BBM, 19 oktober 1972 en 25 maart 1974. Dat maakt het samenwerken binnen Betonmortel Amsterdam er administratief allemaal niet gemakkelijker op. Toelevering van zand en grint, betonmortelleveranties, onderlinge leveringen, afkeur; alles wordt bijgehouden en door accountants geverifieerd.

Voetnoot 33. Het NCVK wil de samenwerking uitbreiden op landelijk gebied van zand, grind en betonmortel. Gezien de samenwerking met Bastiaanse zou D. van Baarsen BV niet kunnen meewerken aan deze uitbreiding. Later in 1974 wordt openlijk gesproken over een fusie tussen de Internationale Bagger, Van Tricht & De Boo en Van Baarsen BV. De NCVK directeur, Henk de la Porte, doet hiertoe een voorstel. Het voorstel wordt niet overgenomen. De andere partners vinden dat Van Baarsen te complex in elkaar zit met deelnemingen als NAZ en ENBO en afdelingen als Bouwmaterialen en Uitvoering Bouw.

Voetnoot 34. Het voorstel van de CZGB betreft de samenstelling van een pool van betonmortel mixers waar de verschillende betonmortelcentrales een beroep op kunnen doen. Leegloop wordt daarmee voorkomen en de flexibiliteit voor de afnemers wordt vergroot. Maar waar blijft de voor Van Baarsen zo karakteristieke service gedachte, vraagt commissaris Van Rijs zich af. Deze zogenaamde “Transmix” is in feite een voorloper van een centraal bestelbureau. Transmix wil ook betonmortelpompen en kleine betonmortelcentrales op de werkplaats exploiteren. Als Van Baarsen deelneemt (voor 15%) zullen er verder geen centrales meer geplaatst hoeven te worden op de werken in Amsterdam in het gebied van Betonmortel Amsterdam. Hier groeit dus de gedachte dat de betonmortelproducenten uiteindelijk aan elkaar zullen worden gesmeed. Van Baarsen blijft aan de kant staan.

Voetnoot 34a. Klynveld Kraayenhof & Co (KKC) heeft inmiddels Frese, Hogeweg, Meyer & Hörchner (FHM&H) overgenomen.

Voetnoot 35. Latere berekeningen wijzen uit dat het bedrijfsverlies ƒ 986.000 bedraagt.

Voetnoot 36. Wat is hier fout gegaan? Waarom heeft de familie niet gezamenlijk de opvolging als een absolute topprioriteit behandeld? Weggedrukt door de zorg van alledag? Of heeft de in de zaak werkende derde generatie te weinig enthousiasme op hun kinderen kunnen overgedragen? “Begin er niet aan, je werkt je uit de naad, en het resultaat is er niet naar.” Zou dat het idee zijn geweest? Daar komt bij dat in de jaren ’60 en ’70 de jeugd steeds meer kiest voor een eigen richting. Zo vanzelfsprekend is het niet meer dat je in de zaak van je vader gaat werken.

Voetnoot 37. In mei 1975 berekent de accountant van KKC wat de waarde van de privé belangen van de in de zaak werkzame familieleden. Hij berekent de intrinsieke waarde volgens de balansen per 31 december 1974, verhoogd met een correctie ter benadering van de vervangingswaarde. Hij telt daar de rentabiliteitswaarde bij op en trekt 25% af wegens incourantheid van de belangen. Hij komt tot de volgende waardebepaling: D. van Baarsen BV, waarin begrepen de dochterondernemingen (EAKB, BBM, de Kleine Scheepvaart) en de deelnemingen Interstuc (50%), NAZ (32,5%), NCVK (31,25%) en Van Baarsen – Bastiaanse BV (26%): ƒ 11,5 mln. Plus de privé belegde vermogens in de ondernemingen die nauw gelieerd zijn aan D. van Baarsen BV, zoals daar zijn de BEM ƒ 1.3 mln., de Rederijen ƒ 0,4 mln., de BABAS aandelen (50%) ƒ 1.8 mln. en de Puincombinatie ƒ 54.000, totaal ƒ 3,5 mln.

Voetnoot 38. Voor Ton bij het bedrijf kwam, werkte hij bij IBOMA als ijzervlechter.

Voetnoot 39. Piet, Theo en oom Willem sluiten daartoe een lening af bij de NMB ter grootte van ƒ 200.000. Hiermee wordt het privé bezit van Daan Wzn. in de zaak overgenomen en blijft het binnen de groep WAK. Zijn aandeel in de Rederijen wordt pas 1 januari 1980 overgedragen en dan alleen aan zijn broer Piet.

Voetnoot 40. Walter is al enige tijd hoofd algemene zaken en chef drukkerij. Hij notuleert de commissarissenvergaderingen.

Voetnoot 41. De gesprekken onlangs met CZGB hebben wellicht ook tot dit besluit geleid.

Voetnoot 42. De commissarissen Van Heesch en Nugteren verschillen in karakter. Van Heesch is ondernemend. Hij kiest vaak voor de plannen die uit de onderneming komen, zoals uitbreiding van de afdeling Keukens met keukens voor gehandicapten, voortzetting van verliesgevende werfverkopen van bouwmaterialen, handhaving Decoratiecentrum, doorgaan met verliesgevende samenwerking met Bleeker in Interstuc en deelname van Betonmortel Amsterdam in een nieuwe betonmortelcentrale in Almere. Nugteren kijkt naar de cijfers en pleit eerder voor sluiting als een activiteit niet rendeert. Het zijn moeilijke jaren.

Voetnoot 43.Het vasthouden aan de werfhandel en het Decoratiecentrum heeft ook een tactische reden. Als straks eventueel nog een doe-het-zelf winkel wordt gevestigd in het kantoor aan de Regulateurstraat kan de gemeente moeilijk een vergunning voor die kleinhandel weigeren, omdat Van Baarsen vroeger op de werf op Buiksloot ook al aan consumenten verkocht en nu op de Regulateurstraat deze traditie heeft voortgezet en niet heeft afgebouwd.

Voetnoot 44. Volgens de commissarissen van D. van Baarsen BV zou Theo veel meer tijd aan de BABAS moeten geven. Kan hij niet op de loonlijst van de BABAS? Daar is Bastiaanse Sr. op tegen. Theo kan het aan hem toebedeelde werk best wel part-time aan. De commissarissen nemen hier geen genoegen mee. Het belang is te groot. Oom Willem bespreekt dit nog eens met Bastiaanse Sr., maar de oude Bas houdt de boot af. “Het gaat nu toch goed!” Om de zaak niet te forceren laten partijen het hierbij.

Voetnoot 44a. Omdat over de over-uren ook extra loonbelasting moest worden betaald, werd door Rutte geregeld dat Gerrit boven zijn maandloon per geloste ton 1 cent “losgeld” kreeg…

Voetnoot 45. Er is wel degelijk geprobeerd de aandelen NAZ te verkopen aan de familie Rekelhof. Maar dat loopt niet zo soepel. Al in 1973 deed zich de mogelijkheid voor dat Van Baarsen zijn deelname in de NAZ, 32,5% van het aandelenkapitaal, kon verzilveren. Bernet, een dochteronderneming van de Hoogovens, overwoog een overname van de NAZ. Bernet was al een grote klant. De NAZ deed 30-35 % werk voor Bernet. Bernet wilde dit uitbreiden tot 50-60 %. Maar de gebroeders Rekelhof dienden liever niet onder vreemde meesters en vroegen bij verkoop een schadeloosstelling voor de derving van 10 jaar jaarsalaris. Bernet haakte toen af. Nu neemt Van Heesch opnieuw contact op met de Hoogovens. Maar Hoogovens heeft geen belangstelling meer. Bernet gaat in de toekomst zelf zandstralen. Maar er zijn meerdere punten waarover gesteggeld wordt. Van Baarsen vindt dat de Rekelhofs eigenlijk meer dividend zouden moeten uitkeren. Maar de gebroeders Rekelhof voelen ook daar niets voor. Zij beschouwen bovendien het aandelenbezit van Van Baarsen als bezit van de privé persoon Daan Jr. en willen  met de BV Van Baarsen niets van doen hebben. Maar ook, de gebroeders Rekelhof nemen voor 50% deel deel in de Puincombinatie. Maar hun inbreng is te verwaarlozen. Van Baarsen draait op voor alle kosten zoals administratie, management en uitvoering, o.a. door Henk de Hoog. Dus de relatie uit het verleden is wel enigszins bekoeld. Getuige ook in oktober 1975, als de Rekelhofs zonder overleg met Van Baarsen de NAZ BV wordt omgezet in NAZ Beheer BV.

Voetnoot 46. Albeton (Algemene Beton Maatschappij BV, eigenaar Kors Droog, later Blok uit België en Speksnijder uit Krimpen) startte in 1969 in Amsterdam met een betoncentrale in de Bijlmermeer en leverde beton voor de bouw van de parkeergarages aldaar. Toen Droog toentertijd plannen had om in Amsterdam te beginnen, zo gaat het verhaal, heeft Joop Palma van de Betoma hem zo grof beledigd, dat Droog, als reactie daarop, door weer en wind heeft doorgezet. Als het contract tussen Albeton en Betonmortel Amsterdam in 1975 afloopt, krijgt  Albeton een quotum van 45.000 m³ in Amsterdam toegewezen. Maar Albeton vraagt om 90.000 m³. Als tussenvoorstel wordt Albeton een compensatie aangeboden van 150.000 m³ voor een periode van vijf jaar. Maar ook dit voorstel leidt niet tot overeenstemming. In januari 1977 knappen de onderhandelingen af. In april 1978 zouden Albeton en Betonmortel Amsterdam toch tot overeenstemming komen: Albeton krijgt dan 10% van de Amsterdamse markt als quotum toegewezen. Albeton treedt toe tot Betonmortel Amsterdam. Maar al snel ontstaat er een meningsverschil over de inbreng van de bestaande orderportefeuille. De heer J.G. van der Peijl treedt op als bemiddelaar en in december 1978 komen partijen alsnog tot overeenstemming.

Voetnoot 47. De benoeming van Van Heesch tot gedelegeerd commissaris wordt begin 1976 verlengd, zij het dat de tijdsbesteding wordt beperkt tot één dag in de week.

Voetnoot 48. Het blad verscheen tot nu toe elke twee maanden. Het blad bevatte telkens nieuws over de personeelsvereniging. Een vaste rubriek was nieuws van het verkoopfront (Van Anholt). Een enkele keer schreef Jos van der Valk een stukje over Uitvoering Bouw. Piet de Hoog schreef over betontechnologie. Theo schreef over de BABAS, of over de Ondernemersvereniging Amsterdam Noord. Een enkele keer schreef Piet een column van meer beschouwelijke aard. Begin van het jaar ontstond nog een rel. Walter Schurink drukte zich in het blad nogal heftig uit over het slecht functioneren van de OR. Dat leidde onmiddellijk tot felle reacties van de kant van de OR. Het liep met een sisser af. Maar nu is het met het blad over en uit.

Voetnoot 49. In hetzelfde jaar haalt het NCVK daarentegen ƒ 100.000 winst op. Bij het NCVK varen inmiddels 19 schepen. Verdere uitbreiding wordt overwogen.

Voetnoot 50. Notulen Commissarissenvergadering 3 november 1976.

Voetnoot 51. Het hele terrein Halfweg is eerder in waarde geschat op ƒ 4,5 mln. Het gaat hier dus om een klein gedeelte van het terrein.

Voetnoot 52. Bron: Brief Mebin aan Federatie Bouw- en Houtbonden, 30 maart 1977. De Mebin trouwens had in die tijd 278 medewerkers en vestigingen in Amsterdam, Beverwijk, Hilversum, Rotterdam, Breda, ’s-Hertogenbosch, Venlo en Urmond.

Voetnoot 53. Al in november 1977 is duidelijk dat Mebin de administratie over zijn eigen computer zal laten lopen. Maar Mebin komt wel het contract na en betaalt Van Baarsen wel voor het geplande gebruik van de Van Baarsen computer.

Voetnoot 54.Theo weet zich nog te herinneren hoe hij en Piet na de verkoop van de BBM door Antoon Hennis bij een bespreking van Betonmortel Amsterdam werden verwelkomd met de begroeting: “Daar heb je de verraders!” Dat maakte veel indruk. Niet veel later zou de Internationale ook zijn betonmortelcentrales overdoen aan de Mebin.